Zondag 3 oktober 2004.
60 JAAR BEVRIJD.

Het vrijheidsvuur, afkomstig uit Bayeux, wordt vanuit Eindhoven per fiets naar Reusel gebracht, waar het vuur overgedragen wordt aan een loopgroep. Die met de fakkel via de dorpskernen van Reusel, Hulsel, Lage-Mierde naar de opstelling in Hooge-Mierde gaat.Hier volgt ontsteking van de vlam om 15.00 uur in het bijzijn van leden van de stichting museum de bewogen jaren, leden van de heemkundekring de Mierden, leden van heemkunde werkgroep Reusel, veteranen en belangstellenden.

Dan volgt de toespraak van de voorzitter van stichting museum de bewogen jaren.
Toespraak:
Burgemeester,
Veteranen van de meidagen 1940 en van de uitzending naar Nederlands-Indie,Heemkundeleden van de verenigingen van Reusel en van De Mierden,Wielrenners en lopers die het vrijheidsvuur naar Hooge-Mierde gebracht hebben,En al de geïnteresseerde aanwezigen. VAN HARTE WELKOM
60 Jaar vrijheid in deze dorpen. Vrijheid, het klinkt zo normaal in onze oren.Maar de mensen die de tweede wereldoorlog aan den lijve meegemaakt hebben weten wat leven in een bezettingstijd betekende.

Wat betekende die wereldoorlog in onze dorpen?
De mobilisatie in 1939 betekende voor al die mannen die in onze dorpen een militaire opleiding gehad hadden, naar hun mobilisatiebestemming. Dit betekende met je soldatenklofje naar de Peel-Raam stelling, de Maas-linie, de Grebbe-linie of ergens langs de Belgische grens om daar gestationeerd worden.Nederland had niet verwacht in oorlog te komen met Duitsland en neutraal te kunnen blijven, net als inde eerste wereldoorlog. Maar op 10 mei 1940 viel het Duitse leger werkelijk Nederland binnen en diezelfde dag werden de eerste jongens uit onze dorpen als militair krijgsgevangen gemaakt en afgevoerd naar de Duitse krijgsgevangenenkampen.
Zaterdag 11 mei 1940 kwamen Franse soldaten in onze dorpen, verkenden de omgeving en groeven zich in in Hooge-Mierde, in het gebied waar we ons nu bevinden.
Zondag 12 mei kwamen Duitse soldaten in Hooge-Mierde en vond er een kleine veldslag plaats in deze dorpskern. Drie Franse soldaten, te weten Luitenant Donneau, Louis Denis en Jean Lenoir en een Duitse soldaat Karl Kaufman sneuvelden en werden op onze gewijde aarde begraven.
Dinsdag 14 mei werd Rotterdam gebombardeerd en Nederland moest capituleren, Duitsland zou anders nog meer steden bombarderen.

Er volgde een bezettingstijd onder de Duitse onderdrukker.
De Nederlandse krijgsgevangenen kregen in juni 1940 amnestie en kwamen naar huis. Ze hadden een erbarmelijke tijd achter de rug, maar dit was nog niets tegenover wat later gebeurde in de concentratiekampen. De bezettingstijd bracht onder andere een voedseldistributie, verduisteringsvoorschriften, inleveren van materialen zoals koper om kogels te kunnen maken in Duitsland, maar ook inleveren of liever in beslag nemen van onder andere vrachtwagens, paarden, fietsen en radio’s. Hier, in ons landelijke en agrarische gebied, waren veel onderduikers, van onze eigen dorpen en van de steden. Mannen die naar Duitsland zouden moeten voor de arbeidsinzet, studenten die weigerden de loyaliteitsverklaring te tekenen, ondergedoken Joden, politieke vluchtelingen en gevluchte verzetsstrijders.

Hier was het iets gemakkelijker dan in de steden om mensen verborgen te houden en dan ook de nadruk op blijven houden. Hier was nog mogelijk aan etenswaren te komen. De koppeling van de voedseldistributie aan de persoonsbewijzen en de stamkaarten maakten het onmogelijk eten te kopen in de winkel, men had immers geen bonnen om in te leveren. Maar een overval op het distributiekantoor in Bladel bracht veel bonnen in verzetshanden, die zorgden dat deze bonnen heel Nederland doorgingen. Ook door de eigen oogst had men hier een, zij het beperkte, mogelijkheid om wat gerst of tarwe achterover te drukken om zelf brood te kunnen bakken.

Veel inwoners van Nederland waren in het ongewisse over familieleden die tewerk waren gesteld in Duitsland of daar in concentratiekampen waren gezet omdat ze gewoon maar Jood waren of een ander politieke overtuiging hadden dan de Nationaal-socialisten. Of hun familieleden die in het verre Nederlands-Indie woonden en daar bezet waren door de Japanners. Ze leefden in vrouwen- en kinder-kampen en de mannen waren te werk gesteld aan onder andere de Burma spoorweg. Hier waren het zware tijden evenals in Europa. Vele vluchtelingen uit drukker bevolkte gebieden zijn in deze streek bevrijd door de geallieerden, terwijl hun familieleden in Holland, Europa en Azie nog een erbarmelijke hongerwinter of onderdrukkingstijd te wachten stond.

De bevrijding kwam in een aantal plaatsen niet zonder zware gevechten, denk maar aan de bevrijdingsstrijd in Reusel. Reusel een dorp dat de Duitsers niet prijs wilden geven omdat ze hier een mogelijkheid zagen om hun troepen vanuit Belgie te kunnen terugtrekken. Veel evacués kwamen vanuit Reusel naar Hooge-Mierde. Pastoor Muselaers spreekt in zijn dagboeken van 590 Reuselnaren die hier een gastvrij onderdak gevonden hebben.

Daarna volgden nog evacués vanuit Hilvarenbeek, Beek bij Nijmegen en Ubbergen. Daarna de gerepatrieerden die vanuit de werkkampen in onze gebieden kwamen om aan te sterken voordat ze terugkonden naar het westland, dat zwaar geleden had tijdens die laatste winter.

Uit deze contacten zijn verschillende huwelijken gevolgd en er zijn vele blijvende vriendschappen ontstaan.Een voor vele mensen zeer gedenkwaardige periode.
Ik wil u allen danken voor uw aandacht en belangstelling en nu wil ik graag mevrouw de Burgemeester uitnodigen om het woord tot u te richten.